Madeira, Porto én Moscatel 3 prestigieuze versterkte zoete wijnen die stuk voor stuk uit Portugal komen. Dat kan geen toeval zijn.


door Kris Jeuris, 11 december 2020

Toeval is het dan ook niet en de verklaring is niet ver te zoeken. Als we kijken waar deze wijnen precies vandaan komen, is er telkens een zeehaven in de buurt. En die vormt de sleutel.

In de Douro (het productiegebied voor Porto) en in Setubal (thuisbasis van de Moscatel) wordt al sedert de doortocht van de Feniciërs wijn gemaakt. Op Madeira werd de wijnbouw geïnstalleerd van zodra de Portugezen er voet aan wal zetten. Die wijnen waren echter allemaal droog en hadden de alcoholgraad van de gemiddelde witte en rode wijn.

Door een politiek feit veranderde alles. In 1667 besloot Jean-Baptiste Colbert, minister van staat onder Louis XIV, in Versailles een protectionistische maatregel in te voeren die de import van Engelse stoffen aan banden legde. De Fransen en Engelsen leefden al langer op gespannen voet maar deze nieuwe provocatie was er voor de Engelsen te veel aan. In Londen besloten ze de invoer van alle Franse waren te verbieden, inclusief wijn.

Maar gedronken moest er worden en dus werd er enerzijds veel illegaal geïmporteerd uit Frankrijk maar anderzijds werden ook de banden met Portugal aangehaald. De Engelsen hadden al langer goede handelsrelaties met de Portugezen en die werden dus op het eind van de 17de eeuw nog versterkt.

Toen in 1689 de oorlog uitbrak tussen Frankrijk en Engeland werd de behoefte aan Portugese wijn nog groter en was het in de Portugese wijnregio’s alle hens aan dek. Terwijl de Engelsen tot dan toe vooral wijn importeerden vanuit de noordelijke haven van Viana do Castelo en de wijn dus afkomstig was uit de Minho, moesten ze nu ook opschuiven naar het zuidelijkere Porto. In de Dourovallei werden alle zeilen bijgezet om aan de vraag te voldoen.

De eerste Engelse ‘shippers’ hadden zich overigens al in het begin van de 17de eeuw in Portugal geïnstalleerd maar hun voornaamste handelswaar was toen gepekelde vis (Bacalhau). Nu moesten ze op zoek naar wijn.
Hun namen klinken vandaag nog altijd bekend in de oren van portwijnliefhebbers maar ze begonnen dus ooit met hele andere waar. De pioniers waren de families Kopke, Warre en Croft.

Het verhaal van de versterkte wijn en de rol van de zeehavens kreeg uiteindelijk vorm vanaf 1703. Toen werd de band tussen de Engelsen en Portugezen geofficialiseerd in een bekend akkoord: The Methuen Treaty, genoemd naar de Engelse ambassadeur die het akkoord onderhandelde.
Het bleek vooral een akkoord dat voordelig was voor de Engelsen en veel minder voor de Portugezen, een scheve situatie die later in de 18de eeuw door de Marques de Pombal recht getrokken zou worden.
Maar het Treaty zorgde dus wel voor een nog grotere handelsactiviteit in de haven van Oporto. En het is toen dat een reeds bekend gebruik veralgemeend werd: het toevoegen van alcohol aan de wijn. De handelaars wilden zeker zijn dat de wijnen in drinkbare toestand Londen bereikten en voegden daarom een flinke hoeveelheid alcohol toe aan de vaten net voor ze aan boord gingen.
De versterkte wijn was een feit.*
De gewoonte vond snel navolging in andere zeehavens en zo werden ook de wijnen van Setubal en Madeira versterkt. Geleidelijk aan ging men ook nadenken over het hoe en waarom van dat versterken en werd het procedé aangepast en verfijnd tot wat we vandaag kennen. Zo werden deze oorspronkelijk droge wijnen dan ook zoet. Men vond dat een fijner resultaat bereikt werd wanneer de alcohol al tijdens de gisting van de druiven werd toegevoegd; dus helemaal in het begin van het productieproces in plaats van op het eind. Zo werd een nogal drastische pragmatische ingreep omgevormd tot een doordachte vinificatietechniek.

Het resultaat was uiteindelijk een zoete wijn en niet omdat er suiker aan toegevoegd werd, maar wel omdat de suikers, van nature aanwezig in de druiven, behouden bleven. Bij normale wijn worden ze omgezet in alcohol tijdens de gisting en is het uiteindelijk resultaat een droge wijn. Voeg je alcohol toe tijdens de gisting, dan sterven de gistcellen en blijft alle suiker behouden. Het resultaat smaakt dan uiteraard zoet. Hoe zoet? Dat hangt af van het moment van alcoholtoevoeging en zo ontstonden op madeira 4 graden van zoetheid. Maar dat is een thema voor een volgend verhaal.

Prettige feesten en ... sweet dreams.

*Ere wie ere toekomt. Het toevoegen van alcohol oftewel 'muteren' van de wijn was geenszins een Engelse of Portugese uitvinding. Die eer komt toe aan de Catalaanse alchemist Arnaldus de Villanova. Hij verfijnde in Montpellier een procédé dat de Grieken reeds kenden en verwierf er in 1299 een patent voor van de koning van Mallorca die toen heerste over het zuiden van Frankrijk. Het luidde de geboorte van de Vin Doux Naturel in.

 

bronnen:

- The Oxford Companion to Wine, Jancis Robinson, 4de editie 2015
- Port and the Douro, Richard Mayson, 2013
- Madeira, The Island an their Wines, Richard Mayson 2015