Portugese wijn, een beschouwing

Wijnland Portugal kan bogen op een lange, maar turbulente geschiedenis. Zo ontwikkelde zich een kwalitatief hoogstaand aanbod met een heel eigen identiteit. De meerwaarde ervan is niet gering, maar slechts recent wisten de Portugezen ook de erkenning daarvoor af te dwingen.

 

De oceaan en het klimaat
De meest onderscheidende factor voor de Portugese wijnidentiteit is de invloed van de Atlantische oceaan. De gelijkmatige rijping, en daarmee het evenwicht in de geproduceerde druiven, staat en valt met de verkoeling die de wind van over de oceaan brengt.

De specifieke geografie van Portugal bepaalt de mate waarin dit verkoelend effect speelt. Het land wordt klimatologisch in twee gedeeld door de stroom van de Tejo en een diagonale lijn van mekaar opvolgende bergketens (die loopt van links boven Lisboa omhoog tot ten noordoosten van de Dão).

Neem daarbij nog de uitgestrektheid van Portugal - van de grens met Galicië tot de Algarve is de afstand zo’n 600km - en we komen uit bij een grote variatie in gemiddelde temperatuur.  In het noorden bedraagt die in juli en augustus net geen 21°C. Rond de zuidelijk gelegen stad Beja loopt ze op tot haast 25°C en is een temperatuur overdag van meer dan 35°C heel gebruikelijk.

Die variatie vormt de basis voor de rijke verscheidenheid aan wijnen die Portugal produceert.

 

De rijkdom aan inheemse druivenrassen
Vervolgens zorgt een schat van haast 250 eigen druivenrassen voor nog meer mogelijke schakering. Het landschap wordt gedomineerd door witte rassen als Alvarinho en Loureiro (in de Vinho Verde), Encruzado (in Dão), Bical (in Bairrada), Arinto (in Lisboa maar ook in de rest van Portugal), Antão Vaz en Roupeiro (in Alentejo), Rabigato, Viosinho en Codega (in Douro). Voor rood wordt gerekend op Touriga Nacional (in Dão maar ook meer en meer in de rest van het land), op Baga (in Bairrada), op Trincadeira, Alicante Bouschet en Aragonez (in Alentejo) en ondermeer ook op Touriga Franca, Tinta Roriz, Tinta Barocca (in Douro).

‘Internationale rassen’ zijn inmiddels wel toegestaan binnen de meeste DOPs. Zeker de invoering van Syrah was recent in het zuiden aan een opmars bezig. Toch hebben de Portugezen in het begin van de 21ste eeuw aan vertrouwen gewonnen en zijn ze zich meer en meer bewust geworden van de onderscheidende kwaliteit van hun patrimonium. De meeste producenten koesteren vandaag hun lokale rassen, ook al maakt het de communicatie met de consument niet altijd makkelijker.

Het inzicht groeit dat ze hun plaats onder de zon waarschijnlijk het best garanderen door zich op te werpen als niche-speler en de handicap van de vele, ongekende druivenrassen geleidelijk om te buigen tot een troef. In de meeste wijn producerende landen heeft een select groepje druivenrassen de bovenhand genomen en zijn vele andere naar het museum verwezen. De dominante rassen worden bij de marketing vaak gebruikt om de consument een indicatie te geven van welk type wijn er in de fles zit. Voor elke consument die herkenbaarheid zoekt, is er echter ook wel één die originaliteit en vooral authenticiteit in het glas wil en de lokale rassen vormen dan alleszins een goed uitgangspunt.

 

Traditionele wijnbouw
Het behoud van tal van traditionele technieken helpt ongetwijfeld ook om de wijnen authenticiteit te verlenen. Zonder de meerwaarde van moderne methodes uit het oog te verliezen, bleven de Portugese wijnmakers zowel in de wijngaard als in de kelder trouw aan eeuwenoude werkwijzen.

Het meest opvallend is de gemengde aanplant (ook wel gekend als ‘field blend’ of ‘complantation’) waarbij in één wijngaard meerdere druivenrassen de dienst uitmaken.

Het is één van de vele gebruiken die in de wijnwereld gangbaar waren maar in de loop van de 20ste eeuw stilaan weggerationaliseerd werden in de meeste Europese landen. Vermoedelijk kozen wijnbouwers vroeger voor een gemengde aanplant om zich te verzekeren van een regelmatige opbrengst. Druivenrassen hebben elk hun eigen rijpingscurve en een verschillende gevoeligheid voor ziektes. Door ze samen te planten kozen wijnbouwers intuïtief voor een vorm van biodiversiteit die hen een goede oogst garandeerde ongeacht de klimatologische omstandigheden van het jaar.
Dit soort wijngaarden vind je alom in de Douro-vallei. In de oudste percelen staan tot meer dan 20 verschillende rassen lukraak door mekaar geplant. Ook in Dão en Bairrada kom je ze nog vaak tegen. In de rest van Portugal zijn ze eerder zeldzaam geworden maar her en der vind je toch wijnmakers die er bewust aan vasthouden.

Mede door een geografisch en politiek isolement bleef de gemengde aanplant in Portugal lange tijd de norm. Vandaag zie je onder de producenten verschillende kampen. Sommigen trekken nu ook de kaart van de efficiëntie maar anderen zweren bij de field blend en proberen waar mogelijk oude, vervallen percelen te recupereren. Die laatsten geloven in de eerste plaats in de onevenaarbare kwaliteit die oude wijnstokken leveren en nemen er de lagere opbrengst en andere ongemakken graag bij. Sommigen opteren daarbij voor één oogstmoment en menen dat de variatie in rijpingsgraad van de verschillende rassen een evenwichtige uitkomst geeft. De relatieve onrijpheid van de laat rijpende rassen brengt wat extra frisheid in de wijn terwijl de eventuele overrijpheid van andere soorten dan weer meer rijkdom aanbrengt. Het meest gangbaar is echter om een perceel in verschillende fasen te oogsten en er telkens de best gerijpte druiven uit te zoeken.
Uit onderzoek aan de wijnuniversiteit van Davis in Californië is gebleken dat het samen vergisten van verschillende druivenrassen – eerder dan ze nadien te blenden, wat de meest gangbare praktijk is – de intensiteit van de kleur en de vorming van florale aroma’s zou bevorderen. Het is alleszins een oud gebruik dat zijn oorsprong vond in Côtie-Rôtie waar er steevast Viognier mee vergist werd met de dominante Syrah. Druiven uit een wijngaard met gemengde aanplant genieten dus mogelijk van dit positief effect.

Een ander opvallend traditioneel aspect zijn de open gistingskuipen (lagares) in Portugese kelders. Oorspronkelijk werden ze gevormd met granieten blokken, maar vandaag worden ze ook nagemaakt in inox. In eerste reflex zou je vermoeden dat het gistende sap in een open kuip onderhevig is aan oxidatie, maar feit is dat het sap zichzelf beschermt door de vorming van C02 tijdens de gisting. Zolang men de kuipen niet tot de rand vult, blijft het gas boven de most hangen omdat het zwaarder is dan zuurstof en vormt aldus een beschermlaag.
Ondanks bepaalde nadelen (o.a. de vochtigheid van de bovendrijvende schillen moet goed bewaakt worden om bacteriën op afstand te houden) verkiezen heel wat wijnmakers de open kuipen omdat ze een meer direct contact met hun gistende sap toelaten. Bij gesloten tanks ben je aangewezen op de resultaten van meetapparatuur terwijl een open kuip een meer tactiele aanpak mogelijk maakt.

Het is echter vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur qua werkwijze want voor de kwaliteit van de wijn lijkt er niet echt een verschil.

 

Isolement, de voor- en de nadelen
De verklaring voor het behoud van zowel de lokale rassen als een aantal oude technieken is snel gevonden. De recente geschiedenis van Portugal werd immers bepaald door isolement.
In de 20ste eeuw maakte de wijnwereld een grote omwenteling. Wat voorheen een traditionele agrarische en al bij al lokale activiteit was, groeide naar het eind van vorige eeuw uit tot een soms hoogtechnologische industrietak op wereldschaal. En waar Portugal in vroeger tijden nog de wereldzeeën domineerde, miste het in deze grotendeels de boot.
Terwijl Europa zich na de wereldoorlogen begon te verenigen, keerde Portugal zich in zichzelf. Het redelijk autoritaire regime van Salazar beperkte de interactie met de buitenwereld tot de kolonies (Angola, Mozambique) en ex-kolonies (Brazilië). Zo ging de modernisering van de wijnproductie veelal aan Portugal voorbij, was de aanwezigheid van niet-Portugese wijn in het land haast onbestaand en werd er nauwelijks Portugese wijn geëxporteerd behalve dan naar de genoemde koloniale gebieden.

Dat de intrede van de moderniteit wat trager verliep, had achteraf gezien het voordeel van behoud van traditie. Op het vlak van interactie en positieve kruisbestuiving met andere wijn producerende landen daarentegen was het isolement allerminst voordelig. Evenmin bevorderde het de internationale erkenning van de Portugese wijnkwaliteit.
Portugese producenten kregen hun wijnen probleemloos verkocht op de interne markt. Er was nauwelijks concurrentie van wijnen uit andere landen. En de nauwe contacten met de ex-kolonies maakten die interne markt alleen maar groter. Angola is nog steeds de grootste afnemer van wijn uit Portugal.
Alleen, de dag dat Portugal zich ook wou gaan manifesteren op andere markten keek het tegen een grote achterstand op. Kwalitatief moest niet worden onder gedaan voor wat de andere traditionele, Europese wijnlanden op fles trokken, maar in de perceptie van de gemiddelde consument was Portugal eerder een land uit de ‘Nieuwe Wereld’. De nieuwe landen waren daarenboven veel sterker in hun communicatie.

Vandaag wordt de kloof langzaam kleiner, maar om de achterstand in aanzien ten opzichte van Spanje, Italië en Frankrijk weg te werken, zal er nog bergen werk verzet moeten worden.

 

Portugal in cijfers
aanplant
De totale aanplant van wijnstokken in Portugal daalde de voorbije 30 jaar drastisch, maar nu handhaven de Portugezen zich op een plaats net buiten de top 10 wereldwijd.
Vandaag tellen we + 200.000ha wijngaard, goed voor zo’n 6 miljoen hl.

Ter vergelijking:
buurland Spanje herbergt meer dan 900.000ha, goed voor 40 miljoen hl.
Frankrijk telt minder dan 800.000ha maar produceert wel bijna 50 miljoen hl.

 

de export van Portugese wijn
Opvallend gegeven: de export van Portugese wijn steeg met 50% tussen 2000 en nu.

In waarde:

+ 700 miljoen EUR wereldwijd

+ 400 miljoen EUR binnen de EU

+ 47 miljoen EUR naar België

 

in volume:

+ 2,8 miljoen hl

+ 1,4 miljoen hl binnen de EU. Porto vertegenwoordigt daarvan 42% (60% van de waarde).

+ 148.000 hl naar België

 

België is met 148.000 hl goed voor 5,3% van het geëxporteerde volume Portugese wijn.

En met 47,5 miljoen EUR goed voor 6,5% in waarde.